Door op 11 januari 2014

Keek op de Week – 11 januari…

Daan over zijn motivatie actief te zijn in de politiek, hij had nog veel meer willen vertellen! Over mondelinge vragen over subsidie voor de Rechtswinkel en over de verschillende scenario’s voor een Cultuurhuis in onze stad. Maar Daan is, terecht, bang dat de webmaster nu al zal vinden dat hij te lang van stof is.

 

De week van…
Daan Dankaart…

Een goed gevoel, daarmee eindigde 2013!

Hond en vuurwerkIk heb geen hekel aan mooi vuurwerk, van professioneel gecomponeerd vuurwerk kan ik zelfs wel genieten; mijn lieftallige eega Menna heeft daar minder mee, en de honden Casper en Beer zijn er ronduit bang voor. Wij gingen hen dus al om 10 uur uitlaten tussen de losse knallen door, voordat het spektakel in volle hevigheid zou losbarsten. Toen we buiten op onze galerij kwamen waren er echter net een paar tieners voor de flat rotjes aan het afsteken, totdat …

… een van hen ons in de gaten had, en zijn vrienden waarschuwde om te stoppen “omdat er een paar honden in de buurt waren”. Kijk, kinderen zijn ook net mensen: je hebt er scharrebakken bij (ik heb het niet over de oorzaak, daar misschien later nog eens over nadenken), en je hebt er kinderen bij met het juiste sociaal gevoel. En daarom stapte ik 2013 uit met een goed gevoel.

2013 exit, en alweer een week onderweg in 2014. Een nieuw jaar met vrachten aan nieuwe uitdagingen. De meeste zal ik lekker aan uw verbeelding over laten, maar een die ons allemaal binnenkort aangaat, is de verkiezing voor een nieuwe gemeenteraad. In de aanloop daar naartoe hebben de kandidaten van onze PvdA afgesproken zich in hun periodieke Keek op de Week nader aan u voor te stellen. Zij die de Keek de laatste jaren gevolgd hebben, zullen inmiddels wel enig beeld gekregen hebben van wie en wat ik ben. Er is echter nog veel meer over mij te zeggen, en misschien ben ik het meest basale begin wel vergeten. Laat ik met deze omissie dus maar eens beginnen: het verhaal van mijn leven.

France 300Het begint al direct met een buitenissigheid: ik werd in het vorige millennium geboren, en wel precies halverwege de vorige eeuw. Tot daar niets bijzonders, maar het gebeurde wel ‘ver’ buiten onze landsgrenzen, namelijk in het idyllische Menton, aan de Franse Riviera. En daar zat al een eerste politieke achtergrond aan: beide mijn ouders kwamen uit een communistisch nest en waren in de oorlog actief geweest in het verzet. Daarbij is mijn vader Co in 1943 na een schotenwisseling door de Duitse Sicherheidsdienst gearresteerd, waarbij hij een kogel in zijn voet had gekregen. De intentie was om hem te gebruiken in een showproces, en hij werd dan ook opgesloten in de ziekenboeg van de gevangenis in Scheveningen. Hij bleef daar niet lang zitten, want zijn directe chef in de verzetsgroep, Daan Goulooze (nu weet u gelijk ook waar ik mijn voornaam vandaan heb), formeerde een groep die Co uit de gevangenis wist te bevrijden. Wie deze historie in detail wil kennen – een verhaal op zich -, leze het geschiedkundige boek “Rondom Daan Goulooze, uit het leven van kommunisten” van prof. dr. Ger Harmsen. Maar om het kort te maken, na ook nog eens een buikvliesontsteking te hebben opgelopen in de Hongerwinter, kwam Co verzwakt de oorlog uit, en daarmee op de nominatie voor revalidatie in Zwitserland. Dat land was echter al volgeboekt voor hij in 1947 aan de beurt kwam, en zo kwam hij terecht in ‘Le beau Menton’, waar hij eerst nog netjes even trouwde met mijn moeder Nelly, voordat ik geconcipieerd werd. Overigens zat er nog een extra politieke component aan deze emigratie: Co was weliswaar een overtuigd communist, maar tevens een overtuigd antistalinist en wars van dogmatiek. In de landelijke partijleiding van de CPN zaten echter wel hardliners die mijn vader liever kwijt dan rijk waren. Hij werd dus geschorst en daarna geroyeerd. Hij had de optie om toch in Nederland politiek actief te blijven, waarbij hij er niet aan zou ontkomen om zijn communistische nest te bevuilen, of weg te gaan. Hij deed dus dit laatste.

Mijn ouders begonnen een pension, toen een tweede, vervolgens een hotel. In 1950 ben ik in Frankrijk als allochtoon geboren en werd direct tweetalig opgevoed: Nederlands binnenshuis, Frans buiten de deur.

Gras Heyen, de HoornblazerIn 1956 vond het 20e congres van de communistische partij plaats, waar Nikita Chroesjtsjov zich afzette tegen het dictatoriale stalisme. Co dacht dat een nieuwe tijd voor het communisme was aangebroken, en we kwamen terug naar Nederland. In die tijd liet hij door een bevriend kunstenaar, Gras Heyen,  zijn hoop opschilderen: de Hoornblazer.  Het bleek een loze verwachting, de CPN was niet meegegaan in de ‘verlichting’ en zes maanden later waren we weer in Frankrijk, nu in de Alpen vlak bij de stad Gap. Ik ging daar naar de lagere school, het eerste jaar naar een dorpsschooltje waar mijn 2 jaar jongere zusje en ik circa 2 km lopen de bergen in naartoe gingen. Mooi en heerlijk gebied, maar ’s winters ook heel koud. Wij bleven daar tot en met mijn eerste lyceumjaar. Daarvoor moest ik 10km met de bus naar Gap. Lijkt eenvoudig, maar als men weet dat dit met de busdienst Marseille-Turijn was, een buslijn van 370 km waar mijn dagelijkse ritje vrijwel halverwege lag, dan zal duidelijk zijn dat deze bus niet altijd – en zeker in de winter door de bergen niet – op de minuut nauwkeurig reed. De winter van ’62-’63 (weet u nog wel: Elfstedentocht, Reinier Paping?…), daar hoog in de Alpen, was het soms koud wachten op de bus!

In 1964 weer 180 km naar het zuiden verhuisd, naar het achterland van Menton, tot wij in 1969 definitief remigreerden naar Nederland. Co,  en in zijn voetsporen ikzelf, werden actief in de PSP (waar ik in de verkiezingscampagne nog posters geplakt heb met die hele mooie koe) en in de Vietnambeweging. Vervolgens over naar de PvdA waar ik een blauwe maandag secretaris werd van de Federatie van Jongeren Groepen (FJG), de voorloper van de huidige Jonge Socialisten. Samen met de latere FNV-bestuurder Jan Jetten en hulp van een bestuurder van de toenmalige banketbakkersbond Jan Schaefer maakten wij een aanzet tot de oprichting van het NVV-Jongerencontact, tot ik mijn studie aan de hogere zeevaartschool afronde en ik mijn loopbaan als zeevarende begon. In die tijd heb ik ook Menna leren kennen. Zij was de dochter van politieke en verzetsvrienden van mijn vader. Haar vader Menno had zich gedurende de oorlog bezig gehouden met het drukken van illegale kranten in Noord-Holland. Haar moeder Mischa was door haar joodse achtergrond in concentratiekamp Ravensbruck terecht gekomen. In haar latere jaren werd Mischa (het ‘Rode gevaar’) nog raadslid voor de PvdA in Heerenveen, een gemeente waar de PvdA onlangs nog een prima verkiezingsresultaat behaalde. Uiteindelijk kwam Misscha ook naar Hellevoetsluis om dichter bij haar dochter te wonen. Toenmalig VVD wethouder Francien Biesheuvel hielp nog om hier snel een woning te vinden.

Menna heeft de ervaringen van haar ouders op een negatieve manier meegekregen: zij is wat men noemt een ‘2e generatie oorlogsslachtoffer’, en u zult haar dan ook nooit tegenkomen bij de jaarlijkse dodenherdenking op 4 mei. Die periode van het jaar is voor haar elke keer weer moeilijk door te komen.

Tot het laatst bleef Co in hart en nieren voor zijn gevoel een communist, die altijd is blijven hopen dat de communistische dictators slechts negatieve uitwassen waren van een ‘an sich’ goed en humaan systeem. Na het open gaan van de beerput van de Sovjetunie en vazallen na de val van de Muur raakte hij meer en meer gedesillusioneerd, en samen met de psychische gevolgen van de oorlog overleed hij in 1991 als een gebroken man. Na zijn overlijden vonden wij in zijn garage grote voorraden zeep, olijfolie enz., blijkbaar een gevolg van zijn angst voor een volgende oorlog. Een jaar later maakte mijn moeder Nelly door zelfdoding weloverwogen en op een waardige manier een eind aan haar leven. Het was voor haar genoeg geweest, en zij leed aan wat we nu noemen: “Voltooid leven’; het was moeilijk en waardevol geweest, maar nu genoeg.

Hulp aan Spanje 250En dan ben ik deze Keek aan het schrijven, google nog even op de naam van mijn vader, en dan kom ik deze heel oude beelden tegen uit zijn tijd van de Spaanse burgeroorlog: http://www.npo.nl/commissie-hulp-aan-spanje/08-09-2013/WO_NTR_399943  . Bijzonder, deze beelden had ik nooit eerder gezien, noch andere bewegende beelden van mijn vader uit het interbellum.

Door mijn zeevaartcarriere kwamen mijn feitelijke politieke activiteiten op een laag pitje te staan, behalve dat ik altijd actief lid van de vakbond bleef.

Vanaf de zeevaartschool ontwikkelde mijn carriere zich bij Shell. Tot 1986 in verschillende rangen als stuurman bij Shell Tankers, waarbij Menna en ik achtereenvolgens woonden in Amsterdam, Heerenveen (waar mijn vrouw Menna had gewoond en onze zoon geboren werd), Terschelling, Drachten (waar mijn dochter Marianne werd geboren), en Enkhuizen om uiteindelijk in Hellevoetsluis terecht te komen. Vanaf 1987 werkte ik eerst als afdelingswachtchef (om het raffinageproces te leren kennen) op de Shell raffinaderij van Pernis, en vervolgens als veiligheidskundige en stralingsdeskundige bij Shell Pernis en Moerdijk, en vele projecten op veiligheidskundig gebied wereldwijd voor Shell International. In die tijd was ik ook actief op sociaal gebied: in de klachtencommissie van het bedrijf, eerst namens de ondernemingsraad, later namens het bedrijf en als voorzitter, en was ik bestuurslid van de vakbond Vereniging van Middelbaar en Hoger Personeel Shell.  In 2007 ging ik met 56 jaar met pensioen, vervroegd als gevolg van zgn. tropenjaren; maar ik kon het nog niet afleren. Ik ging direct voor zeven maanden naar Mombasa, Kenia (ondermeer tijdens de onlusten bij de verkiezing van president Kibaki), en daarna nog eens zeven maanden naar Bintulu, Sarawak op Maleisisch Borneo, beide keren in dienst van Shell International voor verschillende veiligheidsprojecten. Een korte anekdote hierover: regelmatig liep in Bintulu op de plant een westerse man rond die ik op de een of andere manier kende. Waar had ik in mijn 35 Shelljaren met deze man gewerkt? Ik wist het niet, tot een lokale collega mij vertelde dat deze man, nu directeur van Shell Malaysia, nog maar kort bij dit bedrijf werkte, en afkomstig was uit de Nederlandse politiek: het was Dick Benschop, PvdA politicus en voormalig staatssecretaris van Buitenlandse Zaken. Hoe je gedachten in een ‘bedrijfskringetje’ kunnen blijven hangen!

Nadat ik in 2009 ‘definitief’ thuis kwam, werd ik actief voor de lokale PvdA, als campagnecoordinator in de aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement, en diverse andere functies  binnen de PvdA Hellevoetsluis: kandidaat raadslid, steunfractielid in de raadscommissie Zorg-Welzijn-Onderwijs, lid ombudsteam, plaatsvervangend webmaster, congresafgevaardigde. Daarnaast heb ik mij druk bezig gehouden als taalcoach voor inburgeraars en als vrijwilliger bij de dijkbewaking van Hollandse Delta, ben ik nu nog actief als vrijwilliger bij de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillig levensEinde (NVVE) en sinds kort lid van het Humanistisch Verbond.

Heel veel achtergronden, en ik neem aan dat veel hiervan mij gevormd heeft tot wie ik nu ben. En wie ben ik dan wel? Laat ik proberen een schets van mijzelf te geven, maar realiseert u zich hierbij dat dit volledig een zelfbeeld is, en daarmee misschien volstrekt onjuist of vervormd. Toch een poging:

  • Ik ben rechtlijnig en erg gedisciplineerd (“je houdt je aan de regels; als dat niet kan, dan zijn de regels niet goed en moet je die aanpassen”).
  • Ik ben heel eigenwijs: volgens mij wijs, volgens mijn omgeving ‘eigen’wijs. Zolang ik iets van mening ben, zal ik deze mening niet verloochenen. Maar, waarschijnlijk door de vorige eigenschap – gedisciplineerd – zal ik wel achter een eenmaal genomen besluit gaan staan, ook al verschil ik dan nog van mening. Ik zal dan nog wel zo nu en dan wat gesputter laten horen. Ooit kreeg ik tijdens een functioneringsgesprek de opmerking: ‘zou een ander ook eens gelijk moeten geven’. Tot de dag van vandaag zullen de mensen in mijn omgeving dat herkennen.
  • Ik kan heel goed mijn ongelijk bekennen. Dat zal niet gebeuren zolang ik daar zelf niet van overtuigd ben (zie vorige eigenschap), maar als ik uiteindelijk overtuigd word van mijn ongelijk, dan heb ik er absoluut geen probleem mee om dat toe te geven. Als het van toepassing is, kan ik ook zonder schroom mijn excuses maken, ook openlijk.
  • Ik kan het heel moeilijk hebben als mensen onrecht wordt aangedaan, en te makkelijk gesteld wordt dat het hun eigen schuld is. Tijdens mijn loopbaan als veiligheidskundige heb ik geleerd dat heel veel gedrag veroorzaakt wordt door omstandigheden (met een moeilijk woord: ‘precursors’).
  • Ik heb mijn mening erg snel klaar, en breng die met overtuiging; soms ben ik echter te snel en moet ik later wat nuanceren of terugkrabbelen. Ook kan ik mensen vaak verbaal overdonderen, en dat kan zeker een gevaarlijke eigenschap zijn. Ik heb het vermoeden dat beide euvels in de loop der jaren wat minder worden, dat ik iets vaker langer nadenk voor ik mijn ongecensureerde mening geef, dat ik iets vaker luister dan roep, maar of dit echt waar is?…
  • Vanuit een bestuurlijk perspectief: kom bij mij niet aan met ‘daar gaan wij niet over’! Als we het daarbij hebben over gemeentebesturen, dan grijp ik graag terug op een aantal PvdA-wethouders die ik heb leren kennen, en die er vanuit gingen dat alles wat de bewoners betreft, hun aangaat: Jan Hamming uit Tilburg, Hans Spekman uit Utrecht, Lodewijk Asscher uit Amsterdam. Gek is dat ik, ondanks mijn gedisciplineerdheid, dan toch bereidt zou kunnen zijn tot burgerlijke ongehoorzaamheid om onrecht af te wenden. Spagaat, schizofreen, of toch gewoon  mens? Ik weet het niet.
  • Ik ben geen ‘familiemens’; ik kan goed met mijn kinderen opschieten, en ik houd van hen. En mijn kleinzoons kan ik best een tijdje missen, maar ben zeer gelukkig als ze weer eens een tijdje om mij heen hangen. Omgekeerd zullen ze mij wel eens een vervelende zeurdige oude opa vinden. Ik ren dus niet van familiebezoek naar familiebezoek, maar kan er van genieten als mijn naasten om mij heen zijn.
  • Ik had nog een paragraaf willen toevoegen over dualisme, maar ik zal de uitwerking hiervan bewaren tot een volgende Keek. Heel kort wil er nu echter nog wel dit over zeggen: ik ben vóór dualisme in de gemeentelijke politiek, voor zover dit betreft de scheiding van verantwoordelijkheden van college en raad. Ik ben er echter faliekant tegen als we eronder verstaan dat deze twee entiteiten door de verschillende verantwoordelijkheden tot verschillende uitkomsten zouden kunnen komen. Voor de gemeenschap is er maar één optimale uitkomst waarin alle voors en tegens afgewogen moeten zijn. Verschillen van inzicht, bijvoorbeeld omdat raad en college een probleem vanuit verschillende perspectieven bekijken, zouden als sneeuw voor de zon moeten verdwijnen als op een integere wijze alle argumenten worden uitgewisseld. Maar misschien ben ik hier wel te naïf in, maar ik denk het niet. (Eigenwijs, ik? Hoezo?).

Smiley Ik had nog veel willen vertellen, bijvoorbeeld over onze mondelinge vragen met betrekking tot de subsidie voor de Rechtswinkel Hellevoetsluis, of over de verschillende scenario’s voor een Cultuurhuis in onze stad. Mijn webmaster zal echter nu al vinden dat ik weer te lang van stof ben.

Maar u zult nog van mij horen.