Door op 19 januari 2015

Een inspirerend congres 3…

Bespiegelingen van jullie afgevaardigde.

Twee intensieve dagen van congres in Utrecht die vanaf het begin in het licht stonden van een spagaat waarin onze partij zich bevindt: tussen principieel vasthouden aan alle sociaaldemocratische waarden of pragmatisch samenwerken met een coalitiepartner van de andere kant van het politieke spectrum. Een keuze tussen ‘helemaal gelijk hebben, maar het niet krijgen’ en ‘zoveel mogelijk gelijk hebben, en optimaal sociaal beleid uit het vuur slepen’. Of tussen ‘Sociaal langs de kant staan’ en ‘Meedoen, soms met pijn in het hart’. Een overvol congres ademde deze sfeer, voelde de dilemma’s en besprak deze uitgebreid en met respect voor elkaar. Het begrip voor deze spagaat en het invoelingsvermogen van de congresdeelnemers maakte dit toch tot een mooi congres dat terecht eindigde in eensgezindheid. Een belangrijke rol lag daarbij bij het partijbestuur en de Tweede Kamer fractie dat bij monde van vooral Hans Spekman en Martijn van Dam goed luisterden naar de zin en intentie van de vele amendementen en moties, en bereid waren om daarin toenaderingen te zoeken. Vaak leidde dit tot overnemen door partijbestuur, of door aanpassingen waarmee de essenties behouden bleven.

Veel kunt u dezer dagen teruglezen in de publicaties over het congres, maar niet hoe ik, uw afdelingsafgevaardigde daarin optrad. Daarom wil ik u over een paar cruciale punten deelgenoot maken.

Resolutie “De bakens verzetten, de economie terug naar de mensen”:

Samen met de afdelingen Nissewaard en Brielle, en de ondersteuning van de afdelingen Borger-Odoorn, Ridderkerk en Zutphen dienden wij amendement 24 in, waarin gevraagd werd het volgende aan de resolutie toe te voegen: “… 6e: streven naar een systeem waarbij de beschikbaarheid van arbeidskrachten en werkgelegenheid richtinggevend is voor de lengte van de algemene werkweek.”, met de volgende toelichting: “Onlangs vroeg Lodewijk Asscher terecht aandacht voor een toekomst waarbij meer robotisering en meer automatisering er ooit toe zal leiden dat er meer arbeidscapaciteit zal zijn dan werkgelegenheid. Het is dan ook van belang, en bij uitstek een taak van de sociaaldemocratie, om nu al te gaan denken aan een systeem waar bij deze arbeidscapaciteit en werkgelegenheid structureel op elkaar worden afgestemd. Dit is des te noodzakelijker omdat dit een schisma tussen de werkenden en de werklozen moet voorkomen om ernstige ongelijkheid, oneerlijke samenleving en grote onrust tegen te gaan….”. Het partijbestuur gaf hiervoor een negatief preadvies omdat dit elders aan bod kwam. Ik vond echter toch dat dit beter op deze plaats tot zijn recht zou komen, en probeerde daar Hans Spekman en Ad Melkert (de samensteller van deze resolutie) van te overtuigen. Zonder succes, en vervolgens werd dit amendement tot mijn spijt door het congres afgestemd. C’est la vie!

Actuele motie nr. 74 (o.m. vrije artsenkeuze):

Het dictum van deze motie luidde:

“… spreekt uit dat een herzien wetsvoorstel ter aanpassing van artikel 13 voor de Partij van de Arbeid alleen acceptabel is als;

  • iedereen in Nederland zonder enige beperking kan kiezen voor een aanbieder van eerstelijnszorg;
  • acute en academische zorg zonder enige beperking voor iedereen beschikbaar zijn indien daar een medische aanleiding voor is;
  • verzekerden altijd de keus moeten hebben uit een ruim en divers aanbod zowel landelijk als in de eigen regio;
  • verzekerden altijd recht hebben op een second opinion;
  • de positie van verzekerden binnen zorgverzekeringsmaatschappijen aanzienlijk wordt versterkt zodat verzekerden meer invloed krijgen op het beleid;
  • de verzekeraar zich moet verantwoorden over de zorginkoop en de Nederlandse zorgautoriteit streng toeziet op kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid; de vrije artsen keuze is een belangrijke waarde, keuzevrijheid als primaire voorwaarde en betaalbaarheid als een secundaire; …”

Deze motie werd aangenomen met een positief advies van het partijbestuur, en uiteraard ook mijn voorstem. M.i. een belangrijke handreiking aan onze kamerfractie om een socialer beleid van minister Schippers te eisen.

Kandidatenlijst Eerste Kamer

Ook dit onderwerp wil ik niet onbesproken laten. De kandidaatstellingscommissie onder leiding van Elske ter Veld had in opdracht van het partijbestuur een kandidatenlijst voorgedragen van 25 kandidaten, waarbij de balans gezocht werd in kennis, kunde, ervaring en vernieuwing, geografische spreiding, man/vrouw, en specifieke kennis op gebieden die er het in het bijzonder nu en in de nabije toekomst toe doen. Daarbij was Ruud Koole op plaats nr. 12 terecht gekomen; dit is een riskante plaats als onze partij onverhoopt, maar niet geheel onverwacht, op 18 maart met verlies uit de verkiezingen komt. Ruud accepteerde deze plaats dan ook niet, en liet zich van deze plaats afhalen en op de alfabetische lijst zetten, waardoor het congres daarover zou kunnen oordelen. Binnen de partij werd de nodige actie genomen om Ruud op een hogere plaats te krijgen, waarbij ondermeer een petitie met 1000 handtekeningen van leden aan het partijbestuur werden overhandigd. Tijdens het congres werd Ruud Koole dan ook achtereenvolgens als tegenkandidaat ingebracht voor de plaatsen 4, 5 en 6, waarbij in alle gevallen enkele afgevaardigden zijn kandidatuur verdedigden, en even zoveel keren legde Hans Spekman waarom hierdoor de zorgvuldige balans van de huidige lijst in het geding was. Alhoewel ik zeker geen negatief oordeel over Ruud Koole had of heb, vond ik echter de argumenten van de kandidaatstellingscommissie en van het partijbestuur correct en doorslaggevend. Ik stemde in alle gevallen dan ook voor de door het partijbestuur voorgedragen kandidaat. Na de discussie voor plaats 6 hield Ruud Koole en zijn ondersteuners het voorgezien, gingen zij de strijd niet meer aan voor de volgende plaatsen, en werd de hele kandidatenlijst conform voordracht door het congres aangenomen.

Ik realiseer mij dat dat er veel meer gesproken, besproken en afgewogen is tijdens dit congres, dan ik hier heb toegelicht> Mochten hier nog vragen over zijn, dan wil ik daar uiteraard graag op antwoorden.

Rest mij nog eens te herhalen dat ik een prettig gevoel heb overgehouden aan dit congres, nog steeds en opnieuw mijn vertrouwen heb in ons partijbestuur, Kamerfracties en beleidsmakers, en deze allemaal oproep om steeds hun uiterste best te blijven doen om het beste te bereiken voor de inwoners van ons land en vooral voor hen die dat niet (helemaal) zelf kunnen.

Daarom zijn de verkiezingen op 18 maart dan ook opnieuw zo belangrijk. Samen met jullie allemaal wil ik mij daar dan ook sterk voor maken, en, misschien minder parlementair. Zeggen: “verdorie, we staan wel ergens voor en zonder ons laten we het land echt aan de wolven. Dat laten we toch niet gebeuren?

Met vriendelijke groet,
Daan Dankaart
Congresafgevaardigde PvdA Hellevoetsluis